orde in de chaos column bij podcast de onderwijsoase #14
Orde in de chaos, column bij podcast de onderwijsoase #14
Rond de eeuwwisseling coachte ik een nieuwe rector die midden aan de vooravond van een groot veranderingsproces zat. Toen ik haar de eerste keer in haar werkdomein op school ontmoette zag ik een soort kamer die je toen in de overgangstijd tussen papieren en digitale informatie vaker zag, met veel lage kasten, een tafel en een bureau. Alles puilde uit met hangmappen, stapels, archiefmappen, ordners en bakjes. Tussen de papieren lagen gebruikte en gedeukte plastic koffiebekertjes, halflege suikerzakjes, melkcupjes over datum, kringen op de tafel. Het kantoormeubilair was ooit duur geweest, maar aftands geworden.
De slimme en ervaren vrouw was zo te zien verdwaald in de diversiteit en omvang van de informatie en meubilair, achtergelaten door verschillende voorgangers.
Terwijl we een lauw kopje koffie dronken hadden we het over het bewuste veranderingsproces. Ze liet me bijna moedeloos de formulieren zien die ze moest invullen om gelden binnen te krijgen. We stuitten op de vraag: wat is de GPL? Het opzoeken van dit niet onbelangrijk gegeven voor de plannenmakerij, was eigenlijk ondoenlijk. Waar te zoeken? Ze vond dit te gênant om toe te geven, maar daar was ze toevallig aan het verkeerde (of eigenlijk het goeie) adres.
Ik vertelde haar dat ik me zelf vaak in soortgelijke situaties bevind: waar kan ik eigenlijk in een oogopslag mijn verzekeringsgegevens vinden, hoe heet die maatschappij die elk jaar van naam verandert ook al weer en waar ligt dat stapeltje of heb ik dat alleen nog digitaal, zoja wat zijn mijn inloggegevens. Kortom voor mij hoef je je niet te schamen.
Daarna konden we opgewekt aan de slag. Ze had twee uur in de agenda vrij voor mij en in die tijd hebben we een mapje gemaakt op haar bureaublad met als titel: essentiële info des rectors waarin ze de inmiddels bij de administratie opgevraagde GPL bovenaan kwam te staan en steeds werd bijgevuld met andere info.
Op ons verzoek kwam de conciërge binnenrijden met een papiercontainer waarbij we alvast jaargangen van tijdschriften en de oudste ordners in gooiden, al toedelodokie roepend. De liggende oppervlakken konden schoon en met een sopje afgenomen. Het humeur steeg met de minuut.
Na deze twee beginuurtjes heeft ze zelf de projectformulieren ingevuld. En ik had een nieuwe “management-tool” ontwikkeld die ik in die jaren veel heb gebruikt (ook bij het op orde brengen van mijn eigen administratie): ga naast iemand zitten zonder oordeel en help om de overdaad van papieren en digitale shit die anderen hebben laten liggen op te schonen. Daarna kan je aan het werk.
Het verhaal van deze schoolleider is verre van uniek en tijdgebonden.
Een paar jaar na dit avontuur werd ik zelf een tijdje deelschoolleider. Mijn kamertje was bij aantreden chaotischer, kleiner en viezer dan het hare en ik herinner me wattenstokjes en alcohol die ik zelf van huis meenam om mijn toetsenbord schoon te maken. En wat dat deed met mijn gevoel van welkom zijn.
Van een andere rector hoorde ik later dat hij een week in de zomervakantie voor hij zou aantreden bezig was geweest met leegmaken en uitsoppen van zijn bureau en kasten en hoe boos hij daarover was omdat er totaal geen overdracht was.
Van een deelschoolleider hoorde ik dat bij het betreden van haar nieuwe kamer oud-hollandsche molentjes stonden. Zij had geen idee of ze iets van sentimentele of antieke waarde zou vernietigen als ze het weg zou gooien. Bij navraag wist niemand het precieze hoe en waarom van de molens. Ze vertelde me dit verhaal als een van haar grootste obstakels bij haar aantreden omdat het voelde of er voor haar geen ruimte was gemaakt.oor haar werd geen ruimte gemaakt.
En dan heb ik het nog niet eens over oud gestencild lesmateriaal, vergeelde prenten, halfgescheurde kunstwerken, stoffige kasten met half eronder gezakte papieren in lerarenkamers en klaslokalen. Het is van niemand, dus niemand mag het weggooien.Een verwaarlozing van de omgeving, en dus ook van de mensen.
Wat zou de boel opknappen als je in plaats van een vergadermiddag een opschoonmiddag houdt, zooi die van niemand is weggooit en de boel een lekker sopje geeft. En dat dan zeker twee keer per jaar. En dat iedereen meedoet. En dat de leerlingen, leraren en hun leidinggevenden dan in een omgeving zitten waar ruimte is voor henzelf, voor hun tekeningen, voor hun eigen frisheid.

