Column bij aflevering #16: Annika en Pippi op school
In een hele warme week zie ik een berichtje over een hospice, waarin een paar bedden ’s nachts buiten worden gezet, zodat de gasten die dat willen onder de blote hemel kunnen liggen.
Iemand bedenkt dat,
iemand vraagt dat,
iemand vindt dat goed.
Die iemanden samen doen precies wat denk ik de bedoeling is van een hospice: de gasten hun laatste fase van het leven zo comfortabel mogelijk door te laten brengen door zoveel mogelijk verlangens mogelijk te maken.
Gek dat het bericht me zo raakt: een instelling die doet wat de bedoeling is.
Misschien komt dat omdat ik als onderwijsmens vaak heb meegemaakt dat het uitvoeren van creatieve, luchtige, non-conformistische ideeēn op scholen vaak stuitte op een onneembare muur van regels, voorschriften, kostendrukkende maatregelen of op de zin: ‘Ja zeg als iedereen dit gaat doen ……’.
Zo lang als ik in het onderwijs werk denk ik dat de bedoeling van een school is om een gemeenschap te vormen waar iedereen die daar deel van uitmaakt kan leren en ontwikkelen. Daar is nogal wat voor nodig, daar moet ook veel mogelijk gemaakt worden. Daar zouden non-conformistische besluiten zomaar bij kunnen horen.
Een van mijn vele opvoeders was mijn oma, die tot haar huwelijk onderwijzeres op het Amsterdamse Kattenburg was geweest, en zij was misschien wel zo’n non-conformista in het onderwijs. Toen ik klein was en niets liever deed dan schooltje spelen, voedde ze dit verlangen door in geuren en kleuren te vertellen over haar wederwaardigheden als juf. Als de klas bijvoorbeeld drukker werd liet ze de kinderen midden onder een lees- of rekenles rustiger worden door meer te bewegen: ‘ga naast je bank staan en doe handjes omhoog, handjes in de zij’ etc.
Ze moest in plaats van lekker vrij tekenen volgens de voorschriften van de inspectie met kleine kinderen gaan stilleventekenen. Dat vond ze te saai en de kinderen ook, dus tekenden ze lekker wat anders. Ze redde zich er met bravoure uit tegen de inspectie door een map met oude eigen kweekschool-stilleventekeningen te tonen ten bewijze dat ze zich als juf aan dit verplichte onderdeel hield.
Het niet al te zwaar tillen aan de inspectie en het pedagogische nut van bewegen tijdens de les, lees je ook bij andere Amsterdamse onderwijzers uit die tijd, zoals bij Theo Thijssen. Zij waren betrokken, ze wilden het kind verheffen, kansen geven en daarbij ook zelfbedachte methodes en tijdschema’s kunnen gebruiken.
In de tijd dat mijn oma mij deze verhalen vertelde kwam Annie MG Schmidt op als schrijfster van versjes en verhaaltjes voor kinderen, mijn oma kocht voor mij zo’n versjesboek en las schalks voor: “en als ik helemaal niet meer wil, dan zeg ik lekker bil’. Je zou zeggen: de non conformista in mij werd gevoed.
Of, zoals het in de transactionele analyse wordt genoemd, mij innerlijke vrije kind. Dat kinddeel in jou dat spontaan, creatief, expressief, fantasierijk, speels en levenslustig is. Dat deel dat bedenkt: we gaan de bedden lekker buiten zetten, ter verhoging van de levensvreugde van jezelf en anderen. Het innerlijke vrije kind lijkt in het kinder- en zeker volwassenleven vrij kort te worden gehouden, zeker in het onderwijs. Als kind en zeker als beginnende lerares en later ook als schoolleider won mijn overaangepaste volgzame kind het vaak: ik werd ongerust (oh als het maar goedkomt, als maar niet de brandweer dit plan van open ruimtes afkeurt), geremd, conflictmijdend en misschien zelfs onderdanig richting de inspectie en bestuurders.
Ik herken in het onderwijs veel volgzame innerlijke kindenergie bij de leerkrachten en hun leidinggevenden. Vaak ook een andere kant van de medaille: weerstand, rebellie, ondermijning. Beide kanten zijn fnuikend voor de groeikracht van het innerlijke vrije kind.
Ik zou een pleidooi willen houden voor de omarming van de vrije geest van Theo, mijn Oma en Annie in het onderwijs. En van Annie haar Zweedse evenknie: Astrid Lindgren. Diens creatie Pippi Langkous staat model voor het vrije kind, terwijl haar vriendjes Tommie en Annika meer op het aangepaste kind lijken.
Met deelnemers aan mijn trainingen of coaching gebruikt ik vaak Annika en Pippi. Ik denk daardat het komt omdat ik ooit een basisschool directeur heb horen zeggen:
‘de Annika’s komen er wel, de school is voor hen gemaakt. Maar een Pippi (of een wildere soort Tommy) is niet perse welkom.’ Ook bij de juffen, leraressen, directeuren, ook bij mannen, zie ik vaak –net als bij mezelf- die Annika energie.
Wat zou het mooi zijn om bij reflectie over ons persoonlijk leiderschap ook te kijken naar onze verschillende persoonlijke posities: wat als ik meer van mijn vrije creatieve energie zou kunnen laten zien. Wat kon er gebeuren als we vrijheid en bedoeling boven angst en aanpassing zouden stellen?
Een ding weet ik in elk geval: in mijn eigen leven stimuleert dat groei, moed en de bedoeling.
*Meer over het ontstaan van mijn en jouw kind- alter ego’s kun je lezen in de eerste hoofdstukken van “Tussen sleur en zwier, over de leraar als mens” te bestellen via pelcoaching.nl of te beluisteren via de bekende luisterboekkanalen.
** Meer over transactionele analyse en de egoposities kun je lezen in “Dit ben ik” van Lieuwe Koopmans.

